KIEN Technodag: informatie, verbinding, netwerken

Tijdens de KIEN Technodag op 20 april werd zoals gewoonlijk niet alleen (technische) informatie uitgewisseld, maar ook besproken hoe je als e-installateur je klant kunt benaderen en waar je daarbij op moet letten. Deze klant, de eindgebruiker, wordt dan ook vaak centraal gesteld. In de zaal zit altijd wel iemand die vanuit het gezichtspunt van de consument kritische vragen stelt. Aan de spreker, maar ook aan de mensen om hem heen.

Tijdens de KIEN Technodag op 20 april werd zoals gewoonlijk niet alleen (technische) informatie uitgewisseld, maar ook besproken hoe je als e-installateur je klant kunt benaderen en waar je daarbij op moet letten. Deze klant, de eindgebruiker, wordt dan ook vaak centraal gesteld. In de zaal zit altijd wel iemand die vanuit het gezichtspunt van de consument kritische vragen stelt. Aan de spreker, maar ook aan de mensen om hem heen.


Tijdens de eerste sessie, ‘Slim aansluiten van elektrisch vervoer’ praatte Mark Bolech van TNO de zaal bij over de huidige stand van zaken. Het aantal elektrische auto’s neemt zoals verwacht sterk toe en zal dat in de toekomst ook zeker blijven doen. Naast auto’s zijn er ook al volledig elektrische bussen en transportwagens voor containers, maar ook vrachtwagen en zelfs vliegtuigen zullen niet lang meer op zich laten wachten. Voor de installateur is dit een belangrijke ontwikkeling, omdat een groei van elektrisch vervoer ook vraagt om laadinfrastructuur en het slim aansluiten hiervan, eventueel in combinatie met verschillende duurzame technieken voor de opwekking van energie.


Lennart Verheijen van Greenflux kon dit beamen en gaf aan dat de groeicurve van laadpalen nog sterk achterloopt op die van elektrische voertuigen. Dit komt in veel gevallen doordat er simpelweg niet aan gedacht is door de eigenaar van het pand, maar vaak ook omdat gedacht wordt dat de bestaande aansluiting niet genoeg capaciteit heeft. Als installateur kunt u uw klanten hierover adviseren en hen op het idee brengen om een aantal openbare laadpunten te realiseren op hun terrein. Greenflux kan helpen bij het plaatsen van de laadpalen en het slim aansluiten ervan.


In de discussie werd onder andere ingegaan op de mogelijkheid om energie te bufferen in de batterij van de auto. Dit is echter in veel gevallen niet mogelijk en het is de vraag of het wel wenselijk is, omdat er efficiëntere batterijen zijn om energie op te slaan als deze op een vaste plek staan.


Financier uw innovatieve project met crowdfunding


Veel bedrijven die zich bezig houden met elektrisch vervoer doen dit vanuit een elektrotechnische achtergrond. Herman Mannaerts van ChargePark heeft echter een heel ander uitgangspunt: als cardioloog weet hij maar al te goed wat de negatieve effecten van fijnstof kunnen zijn. Omdat elektrisch vervoer voor een reductie van de fijnstofproductie kan zorgen, kwam hij op het idee om zich daarin te gaan verdiepen. Hij verzon een manier om de laadinfrastructuur van particulieren slim in te zetten voor gebruikers van elektrische voertuigen. De werking hiervan is vergelijkbaar met het Airbnb principe: via een app kun je zien of er een laadpaal beschikbaar is in de buurt van je bestemming en kun je deze reserveren. Hiervoor betaal je parkeer- en laadkosten, zodat de eigenaar van de laadpaal er ook iets aan verdient. ChargePark installeert de laadpaal, die wordt gevoed door groene stroom of eigen zonne-energie.


Vanuit de zaal kwamen in de discussie enkele kritische kanttekeningen. Zo werd onder andere de vraag gesteld of de eindgebruiker hier wel echt aan kan verdienen. Ook vroegen enkelen zich af of je als particulier wel geld mag vragen voor deze dienst. ChargePark gaat met deze feedback aan de slag.


Een manier om dergelijke innovatieve projecten te financieren is Crowdfunding. Wim Burger van Geld voor Elkaar legde uit hoe dit in zijn werk gaat aan de hand van enkele voorbeelden. Een goed businessplan is de basis voor elk project. Investeerders besluiten aan de hand daarvan of ze willen aanhaken. Zij krijgen uiteindelijk hun inleg plus rente terug. Op deze manier kan bijvoorbeeld een investering in uw eigen kantoorpand gefinancierd worden, maar ook de aanleg van zonnepanelen bij particulieren.


Tijdens de discussie bleek dat de aanwezigen vooral interesse hadden in de mogelijkheden om te investeren in crowdfunding projecten. Veel vragen gingen over het risico voor investeerders en de rentepercentages die gehaald kunnen worden. Bij de vraag of iemand al een project op het ook heeft om op deze manier te financieren bleef het stil in de zaal, maar inmiddels weten de aanwezige installateurs in elk geval de weg te vinden naar een van de beschikbare platforms.


Op weg naar lokale opwek van energie


Steeds meer energie wordt lokaal opgewekt met behulp van zonnepanelen, windmolens en andere duurzame energiebronnen. Dit zorgt voor een veranderende functie van het elektriciteitsnetwerk en dus ook voor andere uitgangspunten voor de netwerkbeheerders. John Hodemaekers van Stedin beaamt dit: hij geeft aan dat duurzaamheid om een ander systeem vraagt dat vraag en aanbod naar elkaar toebrengt. Als netbeheerder is Stedin dan ook bezig met diverse pilots met onder andere warmtepompen, zonnepanelen en elektrisch vervoer. Omdat veel potentiële problemen veroorzaakt worden in het werkgebied van de installateur, is een samenwerking tussen installateurs en netbeheerders van groot belang. Door slim aansluiten van nieuwe technologieën is verzwaring van het net vaak niet nodig. Hier ligt dus een grote kans voor installateurs.


Ook Alliander heeft diverse pilots op dit gebied uitgevoerd. Ben Tubben bespreekt de resultaten van de pilot in Lochem waar hij bij betrokken was. Hoewel de meeste testen met betrekking tot het aansluiten van elektrisch vervoer goed verlopen waren, ging het bij de uiteindelijke stresstest toch mis. De combinatie van gelijktijdig opladen van meerdere elektrische voertuigen en het bakken van pizza’s in elektrische ovens zorgde voor een stroomstoring. Een van de oorzaken was, dat veel van de huizen op fase 1 aangesloten waren, iets dat voorkomen zou kunnen worden door betere samenwerking met installateurs.


In de zaal was veel interesse in de resultaten van de pilots. Zij zouden graag mee kunnen kijken met het energieverbruik, iets wat op dit moment nog niet mogelijk is. Beide sprekers gaven aan deze mogelijkheid intern te willen bespreken. Daarnaast werd tijdens de discussie ingegaan op de rol van de installateur en de wijze waarop de samenwerking versterkt kan worden.


Totaaloplossingen voor comfortabel wonen


Laurens Timmers van Hager begint zijn presentatie met een paar marktcijfers. Hij geeft aan dat 26% van de Nederlandse bevolking in 2040 ouder is dan 65. En dat meer dan 80% van de ouderen zelfstandig wil blijven wonen. Het is dus zaak om mensen hierin te helpen. Ga hierbij uit van wat mensen willen en ondersteun hun wens om zelfstandig te blijven wonen. Biedt hierbij niet een  product, maar een oplossing. Een oplossing die zorgt voor gemoedsrust bij bewoners, familie en mantelzorgers. Ook belangrijk is om de oplossing te verkopen als comfort, niet als zorg.


Hager werkt op het gebied van comfortabel wonen samen met Vivalib, dat gemeenten, beleggers, ontwikkelaars en corporaties ondersteunt bij de implementatie van het Franse Vivalib, een woonconcept voor prettig wonen en ouder worden. Rob Hagens vertelt over dit concept. Vivalib heeft jarenlang onderzoek gedaan naar hoe mensen prettig kunnen wonen en wat er gebeurt als ze zeer oud worden met alle bijkomende ongemakken. De uitkomst daarvan zijn moderne appartementen die zijn voorbereid op zelfstandigheid en eigen regie en die zich vanzelf aanpassen zonder dat je het ziet. In Frankrijk is dit concept al geruime tijd uitgerold en inmiddels zijn ook de eerste woningen in Nederland opgeleverd.


De installateurs in de zaal gaven aan dat het een lastig onderwerp is om over te beginnen tegen klanten. Tegen de tijd dat mensen hulpbehoevend zijn, willen ze vaak geen grote aanpassingen meer in huis en op het moment dat ze nog alles zelfstandig kunnen, willen ze hier niet over nadenken. Hierbij is het belangrijk om het begrip comfort te gebruiken in plaats van zorg. Tevens werd er gediscussieerd over de rol van zorgorganisaties in het Vivalib concept.


Tijdens een KIEN Technodag worden bezoekers op de hoogte gebracht van nieuwe ontwikkelingen, waarbij sprekers direct antwoord kunnen geven op vragen uit de zaal. De rol die KIEN hierbij speelt is het verbinden, het bij elkaar brengen van verschillende partijen. Voor, na en tussen de sessies door is er voldoende tijd om te netwerken met de andere bezoekers. Zien we u ook op de volgende Technodag op 23 juni?